MAAKWERK: Motorfilatelie in beweging.

Al vanaf de eerste postzegel worden deze plaatjes op kabouterformaat verzameld. Grote horden mensen bezoeken beurzen en handelaren om hun verzameling uit te breiden, en vormen daarmee voor veel personen een bron van inkomsten.

Filatelie. Het woord wordt gevormd door samentrekking van twee Griekse woorden: Philos (= vriend) en Ateleia (= vrij van (betaal)rechten). In den beginne paste het woord dus prima bij de hobby van het verzamelen van zegeltjes en andere vormen van portbetalingen voor briefpost.
Toen de groep verzamelaars zo groot werd dat verkopers er hun brood mee konden verdienen, ontstond de gekunstelde filatelie die we beter kunnen omschrijven met het woord ‘maakwerk'. Ook maakwerk kan 'echt' zijn maar wat is echt in de filatelie?
Buiten kijf staan natuurlijk de ongebruikte zegels, mits niet vervalst. Van deze zegels staat vast dat ze bedoeld zijn geweest om post te versturen.
Gestempelde zegels zijn bijna altijd echt maar als ze gebruikt een hogere waarde hebben dan ongebruikt, liggen de zaken anders.
Gebruikt op brief is natuurlijk de mooiste filatelie. Een Mexico Express op een ‘gelopen' envelop is fraai en eerlijk.

 

Maar zo'n zelfde zegel op een maximumkaart is natuurlijk 100% maakwerk.
Nog afgezien van de vraag of de kaart niet later dan de getoonde datum in het stempel is gemaakt, is zo'n stuk natuurlijk speciaal voor de verzamelaar in elkaar geknutseld. Evenzogoed wel leuk in de verzameling, maar filatelistisch gezien dus gemaakt.
 

 

Alle zegeltjes en waardestukken worden ooit op een dag voor het eerst gebruikt, en de op deze dag voor verzending van gewone post gebruikte filatelie verdient dus het predikaat "Eerste Dag van Uitgifte". Toch ontstond in deze verzamelrichting ook al snel een levendige handel in maakwerk. Mooi geïllustreerde enveloppen werden voorzien van nieuw uitgekomen zegels en vervolgens verzonden. Hoewel dus echt gelopen, toch maakwerk.

 
Commercie is ook bij de diverse postdiensten niet vreemd, en al vroeg verschijnen de door de postdienst geplaatste eerste dag afstempelingen. Vrijwel altijd betreft het hier zgn. welwillendheidsstempels.
Niet veel later komen de diensten ook nog eens met speciaal voor de uitgifte gelegenheid vervaardigde geïllustreerde stempels. Allemaal voor de verzamelaar vervaardigde producten en dus te scharen onder het kopje maakwerk.

 

Voor ons motorfiets-thema verzamelaars kwam de 'big boom' in het jaar 1985, 100 jaar na de uitvinding van de Motorfiets door Daimler. Vooral veel in de filatelistenwereld als 'apenlanden' aangeduide postadministraties herdachten dit feit met grote series, soms zelfs bestaande uit meerdere zegels van dezelfde waarde. Kort gesproken dus met geen ander doel dan zoveel mogelijk zegels te verkopen.

Natuurlijk gaven ook veel zichzelf wel respecterende landen zegels met dit thema uit en 1985 was een duur jaar voor ons motorfila's.
Vooral in het Midden-Oosten liggen een paar staatjes met een uitgiftebeleid dat zo ruim bemeten was dat het uitgesloten was dat het hier om voor postverzending bedoelde uitgiften handelde. De FIP (Fédération Internationale de Philatélie) bepaalde dat veel van deze uitgiften geen ander doel hadden dan winst te maken met de verkoop van zegels, en de term ‘schadelijke uitgiften' werd aan dergelijke zegels toegekend. Ajman en Yemen hebben vele uitgiftes met dit predikaat.

Door de jaren heen zijn er ook een groot aantal zogeheten cinderella's verschenen. Meestal ging het dan om individueel uitgegeven filatelie zoals we die kennen van de poststakingen en fictieve staatjes als Staffa en Bernera, maar een enkele keer ook uit idealisme alvast gemaakte zegels. Een voor ons bekende is de Repoeblik Indonesia uitgifte met politiechef Soekampto en twee motoragenten.
 

In 1992 doet dan een nieuw fenomeen zijn intrede in de filatelie. Bij het uiteenvallen van de USSR in 15 autonome staten verschijnen zegels van de voormalige ‘Russische' posterijen met vele verschillende opdrukken. Later zelfs met opdrukken van steden en bevolkingsgroepen.

In eerste instantie weet niemand welke waarde aan deze uitgiftes gegeven moet worden. Al snel blijkt dat de kwantiteit van de uitgiftes zo groot is dat het onmogelijk om echte postuitgiften kan gaan. Vele thema's werden overspoeld met het fakemaakwerk van individuen en oplichters en zij weten veel geld uit deze handel te genereren.
Ook de handelaren wisten niet waar ze aan toe waren met deze zegels omdat ze via allerlei kanalen uiteindelijk via de officiële groothandel in omloop werden gebracht.

 
Als dan eindelijk duidelijk is dat deze opdrukken onder maakwerk vallen, starten de oplichters met een nieuw soort nepzegels; de zegelachtigen.
In eerste instantie handelt het ook nu weer om een aantal van de voormalige USSR-staten en het wantrouwen speelde op de achtergrond.
Al snel verschijnen er ook zegels en velletjes met landsnamen die wel vertrouwen hebben.

 



Rond het millennium groeien de uitgiften explosief, en komen er zegels met landsnamen als Afghanistan, Angola, Benin, Congo, Eritrea, de verschillende Guinee's, etc. etc. Het wordt algemeen aangenomen dat vooral de verschillende strijdende groepen deze uitgiften laten vervaardigen om hun activiteiten te financieren.

 

 

Voor al deze onofficiële uitgiften is de term Speculatieven bedacht. Het probleem is ook door de overkoepelende organisaties opgepakt. De UPU heeft een website gestart met een systeem om de echtheid van uitgiften te checken: het WNS systeem.
The World Association for the Development of Philately (WADP) heeft in samenwerking met de UPU het WADP Numbering System (WNS) bedacht. Alle officieel uitgegeven en bij de UPU aangemelde uitgiften krijgen een nummer. De echtheid van een uitgifte is nu dus na te gaan op website van de WAPD (www.wnsstamps.ch). Nadeel is echter dat veel postadministraties nogal wat traag werken en de lijst met zegels is dus verre van 'up-to-date'.

Op de keper beschouwd, alles hiervoor in ogenschouw genomen, zijn alle zegels welke te gebruiken zijn binnen een thematische verzameling dus eigenlijk als maakwerk aan te duiden. Is het immers niet zo dat alle post ook met een cijferzegel op de plaats van bestemming afgeleverd wordt? Dus??
Gelukkig niet. Want als we onszelf filatelist noemen, houden we dus volgens het Grieks van alle zaken die een zekere port vertegenwoordigen. De FIP omschrijft verzamelwaardig materiaal in hun reglement in artikel 3.2 als volgt:

Filatelistisch materiaal is dat materiaal dat staatsbedrijven, lokale of particuliere postinstellingen of anders rechtsgeldig aangestelde of gemachtigde instanties, ter wille van het vervoer van de post of andere postale communicatiedoeleinden, hebben uitgegeven, wilden uitgeven of bij de voorbereiding van een uitgifte hebben aangemaakt, hebben gebruikt of hebben beschouwd als postaal geldig frankeermiddel.

In de loop der jaren is er dus heel wat maakwerk geknutseld maar dat hoeft dus niet per definitie nepwerk te zijn.

Voorlopig bepalen we zelf nog wat we wel en niet in onze albums steken. Toch??

Terug

Home