Graziano en Valentino

Bij het lezen van bovenstaande twee namen zal er niet direct een link gelegd worden met onze verzamelhobby. Maar als ik U vertel dat de achternaam voor beide mannen Rossi is wordt het al wat duidelijker.
In het lange bestaan van de Asser TT is het slechts één keer voorgekomen, dat na de vader ook de zoon deze roemruchte Grand Prix op zijn naam wist te schrijven. Dat deden Graziano en Valentino Rossi.
Het is 1979 als het kleine Morbidelli-team, na een lange reis uit het verre Rijeka, in een beste stemming in het rennerskwartier in Assen arriveert. Dat deze Italianen in een goede stemming zijn, komt omdat Graziano Rossi enkele dagen terug de Grote Prijs van Joegoslavië in de 250 cc klasse op zijn naam heeft geschreven.
Nadat de winnende machine in Nederland uit de OM-vrachtwagen is geladen, wordt het startnummer 46 gewijzigd in 44. In die tijd werd er nog niet met een vast nummer gereden. Niemand kon toen vermoeden, dat die in Joegoslavië winnende “46” een aantal jaren later zo’n belangrijke rol in de Grand Prix-racerij zou gaan spelen.
In zijn eerste volledige GP-seizoen groeide de 25-jarige Rossi snel uit tot één van de grote lievelingen van de racefans. Graziano had oog voor show.

Graziano Rossi op 250ccm Morbidelli

De flamboyante Italiaan viel niet alleen op door zijn lang gelokte haren, maar ook door zijn gulle lach en kleurrijke kleding. Maar ook zijn rijstijl welke hij liet zien op z’n 250ccm Morbidelli bleef niet onopgemerkt. De combinatie zag er ook perfect uit: rijder en machine in het wit gekleurd, gedrapeerd met het groen en rood van de Italiaanse vlag. Vanonder de eveneens in “Tricolore-design” gekleurde helm, wapperden Rossi’s lange manen.
Ooit had deze coureur, die in Pesaro was geboren, een opleiding tot onderwijzer genoten. Hij kwam echter al snel tot de conclusie, dat het zowel voor zichzelf als de leerlingen beter was, dat hij nooit voor de klas zou komen te staan. Graziano was pas in zijn element in het zadel van zijn Morbidelli.
Zes dagen na de eerste GP-zege uit zijn carrière deed de Italiaan dat op de Drentse heide nog eens dunnetjes over. Na de winst in Zweden en enige valpartijen en mechanische pech eindigde hij uiteindelijk op de derde plaats in het Wereldkampioenschap. Het leverde hem wel een contract als 500 cc Suzuki-fabrieksrijder op.
In 1980 kwam hij als teamgenoot van de eveneens flamboyante Marco Lucchinelli opnieuw naar Assen. Met deze rijdersbezetting was spektakel verzekerd, alleen was het voor Rossi jammer dat ene Jack Middelburg de Dutch TT won en er voor Graziano alleen een tweede plaats in zat.
Het is zijn beste klassering in de halveliters geworden, zijn rijstijl van “buigen of barsten” zorgde er voor dat hij in 1982 een punt achter zijn activiteiten als motorcoureur moest zetten.
Het jaar 1979 was het succesvolste seizoen van Graziano als motorcoureur. Maar dat niet alleen. Op 16 februari van dat jaar schonk zijn vrouw Stefania het leven aan een zoon. Het jonge stel noemde hem Valentino.

Een heel jonge Valentino Rossi

In navolging van zijn vader kreeg de kleine Rossi steeds meer interesse in snelheid op wielen. Graziano vond het prachtig dat zijn zoon wilde racen, maar drong hem nooit iets op. Via karts en pocketbikes belandde hij tenslotte op een echte racemotor.
In 1996 maakte Rossi jr zijn GP-debuut en won dat jaar in Brno direct zijn eerste wedstrijd.

Valentino Rossi op Yamaha M1

Het verdere verloop van zijn racecarrière is bij een ieder bekend. Hoewel hij als Wereldkampioen recht heeft op het nummer “1’’ op z’n motor, blijft het nummer “46” uit respect voor zijn vader zijn motor sieren.

Valentino & Graziano Rossi

Voor U gelezen in 80 jaar TT

 

Naar boven   -   Terug naar vorige pagina   -   Home