Continental Circus deel 8: de veranderingen

In 1968 kwamen er enkele veranderingen in het deelnemersveld die voor de toekomst van het Continental Circus van groot belang zouden blijken. Allereerst was er de 250cc Yamaha TD1C in een Bultaco-frame van Rod Gould. Deze machine zou doorontwikkeld worden tot de TD2 en zijn grotere broer de 350cc TR2.

Frankeerstempel Yamaha Motor Co.

De Aermacchi was nu "best of the rest", waarbij sommige rijders kozen voor deze motor in een Rickman frame of,
zoals Kel Carruthers, een Aermacchi motorblok in een Drixl-frame uit Zwitserland.

Frankeerstempel Aermacchie Harley-Davidson.

Postzegel Yemen met Kel Carruthers

Zowel Kawasaki als Yamaha wonnen steeds meer aan populariteit bij de rijders. Ondanks de dreiging van de 2-takten, kozen nog steeds veel privé-coureurs voor de Engelse 1-cilinders om een salaris te verdienen met hun machines.

Zo werd in Rimini John Hartle 3e op zijn Matchles G50, achter de MV van Agostini en de Honda HRS van Hailwood. HRS stond voor "Hailwood Racing Special" en was in feite een Honda met een speciaal frame dat op verzoek van Hailwood door Ken Sprayson gebouwd was.

Postzegel Yemen met Giacomo Agostini

In de 350cc wist Bill Smith op zijn ex-fabrieks Honda de race in Le Mans te winnen. Kel Carruthers behaalde daar twee keer de 2e plaats op zijn 350cc Aermacchi en zijn 500cc Norton. Rod Gould reed hier naar de 3e plaats. Dus voor de privé-coureurs waren er nog steeds kansen op succes en het bijbehorende prijzengeld. Ook bij de races in Cesenatico (I), Cervia (I) en Imola (I) werden er podiumplaatsen behaald door onder andere John Cooper op de 500cc Seeley en John Hartle op de Matchless G50.
Ook de wedstrijden in Salzburg (AU), op de Nurburgring (D) en in Hockenheim (D) leverden succesjes op voor privé-coureurs in zowel de 500cc als de 350cc klasse.

Poststempel Hockenheim race

En in Tubbergen (NL) wist John Dodds de winst te pakken, gevolgd door Robin Fitton, beiden op Nortons. Vooral John Cooper had een goed seizoen, zoals 3e in Cervia (I), winst in Tilburg (NL) in de 250cc (Yamaha), 350cc (Yamaha) en 500cc (Seeley), en 3e plaatsen in Imola en Cesenatico.

Ook al was er tegen de MV's en Honda’s geen kruid gewassen, toch wisten mannen zoals John Hartle, John Cooper, Jack Findlay, Bob McIntyre en John Dodds een aardige duit in het zakje te doen, zij het met de nodige stuurmanskunsten en soms met het nodige mechanische kunst- en vliegwerk.

Postzegel Guinee Bissau met MV Agusta

Postzegel Eiland Man met Bob McIntyre

Daarom zagen sommige motoren er weleens uit of ze al meerdere jaren in weer en wind hadden gereden, en met de nodige krassen en gedeukte uitlaten was het een schril contrast met de fabrieksmotoren die er veel netter uitzagen. Maar ja, snelheid was belangrijker dan cosmetica!

De race in Zolder (B) in juli was een teken van de op handen zijnde invasie van het 2-takt tijdperk. Naast de winst in de 250cc van Billie Nelson op Yamaha was de 2e plek voor Jack Findlay op Bultaco en werd het podium compleet gemaakt door Rex Butcher op Suzuki. Alleen de 500cc klasse was nog een bolwerk van de 4-takten, met name de Matchless, Norton en Paton motoren.

In dit jaar 1968 was de 125cc een volledig veld met 2-takten dat werd gedomineerd door de fabrieksmotoren van MZ, Bultaco en Yamaha.

Frankeerstempel MZ

Postzegel Eiland Man met Bill Ivy op Yamaha
Bill Ivy op Yamaha

In de 350cc klasse daarentegen was de Aermacchi nog steeds de aangewezen motor voor privé-coureurs.

Het wachten was op het einde van het 4-takt tijdperk, dat er sneller aan zat te komen dan menigeen had verwacht.

 

Wordt vervolgd

 

Hans Baartman

 

 

Naar boven   -   Terug naar vorige pagina   -   Home