Continental Circus deel 9: de 2-takt revolutie
In 1969 werd duidelijk dat de 2-takten de overhand kregen, allereerst in de 250cc. In 1968 werd er al succes mee behaald door Rod Gould, waardoor de populariteit van de 2-takt met name bij de privé-coureurs groeide.
Ook werd bij enkele Yamaha motoren van het type TD1C de cilinderinhoud vergroot om zodoende in de 350cc mee te kunnen doen. Uiteindelijk werd dan de TD2C in 1969 verkrijgbaar voor de 250cc en de TR2 voor de 350cc klasse.

Deze twee Japanse machines veranderden het aanzicht van de wegrace en hebben geleid tot een snel afscheid van de klassieke 4-takt machines door de privé-coureurs.
In de 250cc klasse was het enige merk dat nog opgewassen was tegen al het Yamaha geweld de Ossa, met als rijder Santiago Herrero. Deze machine met een aluminium monocoque-frame leverde bij 11.000 toeren een vermogen van maar liefst 40 pk!

Het was echter Kel Carruthers die de laatste coureur was die een 250cc GP op zijn naam schreef met een 4-takt motor.

Hij had voor 1969 de fabrieks 4-cilinder Benelli van Renzo Passolini gekregen. Hij deed dit door in de laatste ronde op het gevaarlijke circuit van Optija (Joegoslavië) Kent Andersson op Yamaha en Santiago Herrero achter zich te laten. Al moet wel vermeld worden dat Herrero reed met een arm met gips, een souvenir van een val eerder dat jaar tijdens de GP van Ulster.

In de 125cc werd Dave Simmonds op een Kawasaki na 8 gewonnen GP's wereldkampioen, ondanks veel strijd met Dieter Braun op een ex-fabrieks Suzuki.
Simmonds was weliswaar een fabriekscoureur, maar dat stelde weinig voor. Hij moest zelf zijn onderhoud doen en kon maar op enkele reserveonderdelen vanuit Japan rekenen.
In de 500cc klasse waren er nog wel 4-takten die successen behaalden. In 1969 deed ook de Linto zijn intrede, met als rijders Keith Turner en Steve Ellis die beiden in eerste instantie goede plekken opeisten in Le Mans, maar uiteindelijk op rondes achterstand finishten achter de winnaar Agostini.

Eveneens op Linto was het daar Gyula Marsovsky die in Le Mans een nieuw ronderecord neerzette van 181,7 km/uur en daar de 6e plaats behaalde.
De motor van de Linto was eigenlijk 2 aan elkaar geplakte Aermacchi's, met een top van circa 256 km/uur, maar helaas ook fragiel. Ook kwam er een andere 2-cilinder op de markt dat jaar, welke wel betrouwbaar was. Dit was de Paton met als rijder Billie Nelson.
Wordt vervolgd
Hans Baartman
Naar boven - Terug naar vorige pagina - Home |